Your webbrowser is outdated and no longer supported by Microsoft Windows. Please update to a newer browser by downloading one of these free alternatives.

1. Laat het vlees op kamer temperatuur komen voor je het gaat bakken

Wanneer je vlees eerst op kamertemperatuur laat komen is het temperatuur verschil met een hete pan minder groot. Vlees dat op kamertemperatuur is zal in de pan minder snel krimpen waardoor het malser blijft. Haal het vlees, afhankelijk van de grootte van het stuk vlees, ongeveer 30-60 minuten voor bereiding uit de koelkast.

2. Dep het vlees droog voor je het gaat bakken.

Voordat je het vlees gaat braden, bakken of grillen is het goed om het droog te deppen met wat keukenpapier. Hierdoor bakt het beter, lopen de vleessappen er niet zo gemakkelijk uit en kan het vlees een lekker knapperig korstje krijgen. Tijdens het bakken loopt er ook minder vocht uit het vlees en spat het niet zo.

3. Laat het vlees rusten na het bakken.

Het is van belang om na het bakken het vlees enige tijd te laten rusten om de eiwitten de kans te geven te ontspannen. Door dit ontspannen zal het vlees in staat zijn om het vocht weer aan zich te binden. Het vlees zal dan niet leeglopen, zoals je wel eens tegenkomt bij het te snel aansnijden van het vlees na het bakken. Hierdoor blijft het vlees lekker sappig.